
In een Christelijk stadje aan het IJsselmeer gebeurde een paar decennia geleden iets opmerkelijks, naar aanleiding van een droevige omstandigheid…
De dochter van een weduwnaar komt om bij een verkeersongeluk. De vader wil dat zijn dochter gecremeerd wordt. Hij heeft – ondanks haar nog jeugdige leeftijd – weet van haar laatste wil. Ze hebben het er over gehad na het overlijden van haar moeder, enkele jaren daarvoor.
Zijn vrouw ligt begraven op de Christelijke Begraafplaats in het plaatsje. Een andere dodenakker is er in de gemeente niet. Hij vindt het gepast om de urn met de as van zijn dochter bij te laten zetten in het graf van zijn overleden echtgenote en wendt zich met dit verzoek tot het bestuur van de begraafplaats.
Korte tijd later ontvangt hij een brief van dit bestuur, waarin hem medegedeeld wordt dat het bijzetten van de urn niet mogelijk is. Cremeren heeft een heidense oorsprong en is on-Bijbels, aldus luidt de argumentatie. Het bijzetten van de urn is dan ook onbespreekbaar. De teleurgestelde vader wendt zich tot de gemeente in de hoop op een milder oordeel, maar komt van een koude kermis thuis. De zetels in de gemeenteraad worden voor het merendeel bezet door vertegenwoordigers van Christelijke partijen, die samen een coalitie vormen. Ze zijn niet allemaal even Bijbelvast, maar vanwege het coalitiebelang besluit een meerderheid van de gemeenteraad (80%) zich bij de verondersteld behoudende gewoonten in de gemeente neer te leggen.
De vader laat het er niet bij zitten en schakelt een onderzoeksbureau in. Hij geeft dit bedrijf de opdracht om een representatief onderzoek te verrichten naar de opinie van de inwonenden van de betreffende gemeente. Uit het gedane onderzoek blijkt dat slechts een minderheid (20%) van de inwoners de mening is toegedaan dat de bepaling op de begraafplaats op een ieder van toepassing dient te zijn.
Geconfronteerd met dit onderzoeksresultaat besluit de gemeenteraad alsnog om de bepalingen op de begraafplaats zo te wijzigen dat andersdenkenden, ook als het gaat om hun laatste wens, de ruimte krijgen om op hun eigen wijze invulling te geven aan de manier waarop wij weer tot stof verworden. Ook in de dood behoren we immers allemaal aan elkaar gelijk te zijn.
Waarmee meteen de kracht van “de Omkering van het Pareto Principe” geïntroduceerd is.