Mijn rode lijn

In onze tijd worden vele rode lijnen overschreden.

de Mores en Merites van vroeger zijn tegenwoordig geen heilige huisjes meer. Ideeën, overtuigingen of normen met betrekking tot het “samen leven” die voorheen als vanzelfsprekend, onaanraakbaar of onaantastbaar werden beschouwd, staan tegenwoordig bij voortduring ter discussie.

Terwijl:

Wij mensen zijn voortbrengsels van een allesomvattende evolutie, wij zijn deel van het geheel. Sterker nog: ervan afhankelijk. Wij worden wie wij zijn, door de mensen waarmee wij ons omringen, waarmee wij ons omringd voelen. We zijn uiteindelijk niets zonder de ander en niets zonder de natuur om ons heen. Er bestaat niet zo iets als schuld, behalve dan in financiële termen. In dat domein kun je schuld aannemen, dan wel afwijzen. In het maatschappelijk domein bestaat er geen schuld, alleen maar verantwoording. Verantwoording die veelal gedeeld wordt. Zonder gedeelde verantwoording is geen enkele relatie levensvatbaar. “Do ut des” is een Latijnse uitdrukking waarmee “Ik geef, opdat jij zult geven” in drie woorden geduid wordt. Dit verwijst naar wederkerigheid. Ik geef jou respect en jij respecteert mij.

Mijn Rode lijn is vrij simpel te trekken: Ik kom niet aan het dijn, en jij komt niet aan het mijn.

Daar waar ik – stoffelijk of onstoffelijk, dus om het even wat – van een ander steel of anderszins toe-eigen, overschrijd ik een rode lijn. Dus daar waar iemand zich bestolen voelt: van een goed; van diens goede naam; van diens gezondheid; van het leven! Daar waar ik de ander uitsluit of buitensluit. Daar waar ik niet bereid ben verantwoording af te leggen. Daar ontzeg ik een ander iets werkelijk essentieels. Daardoor wordt de rode lijn overschreden. In het groot of in het klein. Daar waar dus iemand bestolen wordt; hier of waar dan ook in Nederland of op de wereld, moeten we voor elkaar opstaan en het een halt toeroepen.