
Om hetgeen ik aan wil dragen te verduidelijken, vraag ik even met mij mee te gaan naar een mogelijke nabije toekomst; meer precies naar woensdag 26 maart tweeduizend 27. Op die dag staat op de digitale versie van een groot landelijk dagblad het volgende nieuwsitem:
“Vandaag 26 maart vinden de vervroegde verkiezingen voor een nieuwe Tweede Kamer plaats, tezamen met de al geplande verkiezingen voor de Provinciale Staten. Het zullen ongetwijfeld gedenkwaardige verkiezingen worden, al was het maar dat voor het eerst in de geschiedenis in een en hetzelfde jaar en op dezelfde dag een compleet vernieuwde en herschikte Staten Generaal zal aantreden. Deze krachttoer van de “Brede Samen Werking” (BSW) is het sluitstuk van een enerverende periode van 17 maanden waarin BSW met de herinrichting van de Democratie en de Staatsinrichting een huzarenstuk heeft geleverd. Kroon op deze arbeid zal de ingrijpende herziening van de grondwet zijn die de leden van de Staten Generaal in gezamenlijke vergadering bijeen na tweede lezing alsdan – naar aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid – met een twee/derde meerderheid definitief zullen bekrachtigen. BSW heeft in de bijna afgelopen deels verkorte zittingsperiode van beide kamers een aanmerkelijk aantal wetsvoorstellen, waaronder dus de herziening van een deel van de grondwet, met ruime meerderheden in zowel de 2de, alsook in de 1ste Kamer weten door te voeren.” Voor wie het niet meer of nog niet helder op het netvlies heeft: De “Brede Samen Werking” is ontstaan doordat een viertal winnaars van de verkiezingen van eind 2026 tot het inzicht zijn gekomen dat “verbinden meer oplevert dan verdelen”. Ze hebben zichzelf op afstand geplaatst van de regering vanuit de overtuiging dat ecologisch-economische professionals ecologisch-economische problemen beter op kunnen lossen dan partijpolitiek gebonden volksvertegenwoordigers. Schoenmaker blijf bij je leest: Dus laat de regering regeren en de kamer controleren. Een uiteindelijk zeer succesvol gebleken formule. Daarover bestaat bij 80% de Nederlandse kiezerspopulatie geen enkele twijfel. (aldus een mogelijk citaat uit een krantenartikel van die gedenkwaardige dag in het toekomstige jaar 2027)
In kritische bijdragen in de verschillende media over de “Brede Samen Werking” viel in die 17 maanden sindsdien te lezen dat grote veranderingen veel tijd zullen vergen. Dat hoeft dus niet. Stel je eens voor: In de aanloop naar de verkiezingen van tweeduizind-27 is er een groot verkiezingsonderzoek gepubliceerd. Veronderstel nu eens – samen met ons – dat de partijen aangesloten bij BSW samen op 99 zetels worden geprognosticeerd. Gezien de waardering in de samenleving voor de verrichtingen van BSW in de lopende kabinetstermijn niet geheel ondenkbaar. Het initiatief ligt dus bij BSW dat, gezien het feit dat zij de grootste winnaar zullen zijn, sowieso het voortouw mag nemen bij de informatie, dan wel formatie. Stel nu dat in het verkiezingsprogramma is opgenomen dat BSW opteert voor herhaling van hun andere aanpak; namelijk: de Kamer gaat weer opnieuw op zoek naar inhoudelijke professionals die de ministeries zullen gaan aansturen. Elk departement wordt bemand door een ministersteam van drie personen: een minister die vanuit het consumentenbelang opereert; een die met oog voor de belangen van de uitvoerende Nederlanders verantwoording neemt en een derde die de belangen van ondernemend Nederland voor ogen staat. Polderen; maar dan Anders. Beter! Ze vinden daarbij ook mogelijk nieuwe coalitiepartners makkelijk aan hun zijde, waardoor de draagkracht verder wordt vergroot. Zeker gelet op het navolgende:
De manier waarop de afgelopen regeringsperiode gemanaged is, is (dus) vergelijkbaar met die waarop onze economie is ingericht. Korte uitleg van hoe onze economie – in een notendop – werkt: de consument wil in zijn behoeften voorzien worden. De financiële doener komt daar in samenwerking met werkelijke doener aan tegemoet. De consument is tevreden, zoals ook het koppel dat de behoeften samen gematerialiseerd heeft. Wanneer we de werking van onze economie als blauwdruk nemen voor de werking van onze democratie, ontstaat een politieke situatie die in ons tijdsgewricht voor een werkelijke ommekeer heeft gezorgd. Hulde aan de dappere democraten van 2025. Ze hebben de daad bij het woord gevoegd en hebben ons politieke systeem radicaal anders ingericht. Zo stonden er dus begin 2026 Raden van Bestuur (RvB) van de diverse “bedrijfstakken” (Ministeries) en van het overkoepelende Ministerie van Algemene Zaken, samen met de koning op het bordes. Samen vormen zij de “Holding van de NV Nederland”. De “Holding” die de Staat in economische zin eigenlijk is. Leden van de Tweede Kamer namen zitting in de Raden van Commissarissen (RvC) van de diverse Ministeries, incluis het Ministerie van Algemene Zaken.
De 2de Kamer ging dus vanaf begin 2026 de Ministeries van binnenuit controleren en de commissarissen deden verslag van hun bevindingen in de Tweede Kamer. De ambtenaren op de verschillende ministeries zijn sindsdien zowel dienstbaar aan de RvB als ook aan de RvC van hun eigen departement. De uitvoerende en de controlerende macht zijn hiermee volkomen transparant en werkelijk gescheiden en de ambtenaren kunnen – vrij van politieke druk – trouw aan de rechtsstaat, regering en trouw aan diens controleur (de tweede kamer) hun werk doen. Zo kon de 2de Kamer tot op de dag van vandaag werkelijk zonder last of ruggenspraak doen waarvoor zij gekozen is, namelijk de regering controleren en had zij de handen vrij om binnen haar geledingen op zoek te gaan naar wisselende meerderheden om zaken voor elkaar te krijgen die er toe doen en in het belang zijn van telkens weer andere substantiële meerderheden. De Nederlandse bevolking is gaandeweg meer en meer gecharmeerd geraakt van deze nieuwe manier van politiek bedrijven. Getuige de mate van tevredenheid over het gevoerde beleid (80%++) De toekomst ziet er zonnig uit: Ruziënde en/of gedwongen coalities behoren nagenoeg zeker en vast tot het verleden. Voor iemand (zoals ook de auteur dezes) die niet van compromissen sluiten houdt een mooie werkomgeving! Elkaar (omdat het algemeen belang daarom vraagt) iets gunnen, wordt de nieuwe werkelijkheid. Daarnaast kan De Kamer zelf aan de gang met initiatieven (moties, amendementen en wetten) die middels wisselende Kamermeerderheden de regering aansporen en indien nodig dwingen. Het Recht van Enquête wordt een (ab)normaal regulier voorkomend middel om – mocht het ondanks het bovenstaande toch nodig zijn – de onderste steen boven te krijgen. Een realistisch scenario? Ik vind van wel! Sterker nog: Ik ben ervan overtuigd. Doen?
copyright 2014